Productieketen consumptieve cannabis

De productieketens van cannabis kunnen we overeenkomstig het gebruik ervan indelen. Dat betekent: een productieketen voor consumptief, medicinaal respectievelijk industrieel cannabisgebruik. Niet elk gebruik kent een legaal, overzichtelijk productieproces. In dat opzicht verschillen de productieketens van medicinale en consumptieve cannabis hemelsbreed van elkaar, terwijl de hennepvezelteelt nog relatief in de kinderschoenen staat.

Productieketen consumptieve cannabis

De kweek van cannabis is in Nederland geheel verboden. Maar het telen van niet meer dan vijf planten wordt niet strafrechtelijk vervolgd. Dat is wel het geval als het gaat het om meer dan vijf planten. De hoogte van de boete of straf hangt af van 'de mate van professionaliteit'. Hoe groter de mate van professionaliteit, des te strenger de straf.

Naar schatting is tussen de 80% en 95% van de cannabis die in Nederland wordt gebruikt, in Nederland gekweekt. Daarnaast gaat een deel van de Nederlandse cannabis naar het buitenland. Exacte cijfers daarover zijn niet bekend: schattingen lopen uiteen van 171 tot 965 ton.

Bij de professionele ofwel bedrijfsmatige teelt, die dus in alle gevallen illegaal is, vallen vier categorieën te onderscheiden:

  1. zelfstandige telers in eigen woning (tussen honderd en duizend planten),
  2. grootschalige zelfstandige telers in bedrijfspanden (duizend planten of meer),
  3. exploitanten met vijf tot tien plantages in woningen van anderen,
  4. criminele organisaties die op grote schaal opereren.

Distributie van consumptieve cannabis vindt onder meer plaats door coffeeshops. Vanaf 2002 daalt het aantal coffeeshops in Nederland gestaag: tussen 2006 en 2016 met 20%. In maart 2017 telde Nederland 567 officieel gedoogde coffeeshops. Dat zijn er 6 minder dan eind 2016. Iets meer dan de helft van de officieel gedoogde coffeeshops (52%) is te vinden in steden met meer dan 200.000 inwoners.

In 2016 hadden 287 van alle 390 gemeenten (74%) geen coffeeshop. Binnen de landelijke kaders kunnen gemeenten zelf hun beleid bepalen rondom de vestiging van coffeeshops. Eind 2016 voerde 70% van de gemeenten een ‘nulbeleid’, een kwart voerde een maximumbeleid (26%), en 4% gaf aan geen formeel beleid te voeren.

In 2014 is het marktaandeel van coffeeshops geschat op 55%-70%. Het merendeel van de cannabisgebruikers die hun cannabis zelf kopen, doet dit in een coffeeshop.

Daarnaast is cannabis via illegale verkooppunten te verkrijgen (thuis- en straatdealers, onder-de-toonbank-dealers in horecagelegenheden) en via thuisbezorging na telefonische bestellingen (06-dealers). .

Er zijn in 2017 bijna 4.700 hennepkwekerijen geruimd, minder dan in 2015 en 2016. De handel in drugs via het ‘dark net’ op internet neemt toe, maar is beperkt vergeleken met de traditionele offline handel.

De zaken bij het OM betreffen voor de helft softdrugs en voor ruim twee op de vijf harddrugs. Het aandeel van harddrugszaken neemt voor het eerst in jaren toe. Bij de harddrugsdelicten gaat het meestal om het aanwezig hebben (bezit) van een harddrug, bij de softdrugs gaat het meestal om vervaardiging (lees: cannabisteelt).

In 2016 zijn 476 opsporingsonderzoeken uitgevoerd naar georganiseerde ondermijnende criminaliteit waarbij drugs het eerste aandachtsgebied vormden. In 117 van de 476 zaken betrof het een onderzoek naar grootschalige hennepteelt. Dat aantal is vrijwel gelijk gebleven aan het aantal onderzoeken het jaar daarvoor (115 onderzoeken in 2015).

In het Nationale dreigingsbeeld 2017 wordt gesignaleerd dat verplaatsing van hennepkwekerijen van Nederland naar het buitenland vaker plaatsvindt dan voorheen. Door de verbetering in het kweekproces is de kwaliteit van hennep in veel Europese landen verbeterd. Een gevolg hiervan is dat de vraag uit Nederland naar geïmporteerde hennep in een aantal landen is afgenomen.

Bron: Nationale Drug Monitor 2018.