Cijfers cannabisgebruik

Over recreatief ofwel consumptief cannabisgebruik bestaan veel cijfers, maar die cijfers komen niet allemaal met elkaar overeen. Dat komt omdat ze op verschillende momenten zijn gehouden of omdat uiteenlopende onderzoekmethodes zijn gehanteerd. We kunnen daarom het best varen op de cijfers van de meest betrouwbare partijen. Het Trimbos-instituut is daar een van. Daarom hebben we de cijfers op deze pagina ontleend aan het Jaarbericht 2017 van de Nationale Drug Monitor, die wordt uitgegeven door dit instituut.

  • Algemeen gebruik
  • Jongeren
  • Afhankelijkheid
  • Medicinaal gebruik

Algemeen gebruik cannabis
Ongeveer een vijfde (20,9%) van de bevolking van 18 jaar en ouder rapporteerde in 2016 ooit in het leven wel eens cannabis (hasj en wiet) te hebben gebruikt. Omgerekend naar de bevolking bedroeg het aantal ooitgebruikers van cannabis ongeveer 2,77 miljoen. (95% betrouwheidsinterval 2,63-2,91 miljoen).

In het algemeen geldt dat meer mannen dan vrouwen cannabis gebruiken. Het verschil tussen mannen en vrouwen is kleiner bij ooitgebruik (25,2% versus 16,7%) dan bij laatste-jaar-gebruik (9,0% versus 4,3%) en bij laatste-maand-gebruik (6,1% versus 2,2%) en (bijna) dagelijks gebruik (1,8% versus 0,6%). Het percentage actuele gebruikers in (zeer) stedelijke gebieden (5,5%) ligt 1,9 keer hoger dan in matig stedelijke gebieden (2,9%) en 2,5 keer hoger dan op het platteland (2,2%).

Jongeren
De consumptie van cannabis komt het meest voor bij jongvolwassenen (20-24 jaar). Twintigers hebben het vaakst ervaring met cannabis (42,4% onder 20-24-jarigen en 39,7% onder 25-29-jarigen), gevolgd door dertigers (37,4%) en 18-19-jarigen (30,8%). Bij scholieren neemt het gebruik van cannabis toe met de leeftijd. Het percentage scholieren dat op zeer jonge leeftijd (14 jaar) al ervaring heeft met cannabis halveerde van 18,8% in 2003 naar 9% in 2015. De gemiddelde startleeftijd onder 12-16-jarige scholieren die ervaring hebben met cannabis steeg in deze periode van 13,7 jaar naar 14,1 jaar. Het percentage actuele cannabisgebruikers onder Nederlandse scholieren van 15-16 jaar ligt, ondanks de daling, boven het gemiddelde van hun leeftijdsgenoten in 34 Europese landen (ooitgebruik 22% in Nederland versus 16% in Europa; laatste-jaar-gebruik 20% in Nederland versus 13% in Europa). Hoewel cannabis geen typische uitgaansdrug is, wordt het middel wel vaker gebruikt door jongeren en jongvolwassenen die vaak uitgaan.

Afhankelijkheid van cannabis
Het aantal cliënten dat ingeschreven stond wegens een primair cannabisprobleem is tussen 2006 en 2011 bijna twee keer zo groot geworden. Tussen 2011 en 2016 stabiliseerde het aantal primaire cannabiscliënten op ongeveer 11.000 cannabiscliënten. Per 100.000 inwoners van 15 jaar en ouder steeg het aantal primaire cannabiscliënten van 46 in 2006 naar 82 in 2011 en dit aantal is sindsdien vrij stabiel (77 in 2015). Datzelfde geldt voor het aantal cannabisgebruikers dat hulp vraagt bij verslavingszorg.

Medicinaal gebruik
Het aantal patiënten dat medicinale cannabis op recept krijgen voorgeschreven is toegenomen van ongeveer 450 in 2006 naar ongeveer 1.800 in 2016. Het medicinale cannabissysteem is in Nederland strikt gescheiden van het recreatieve cannabissysteem van coffeeshops.

In de Leefstijlmonitor-Aanvullend (LSM-A) van 2016 is aan laatste-jaargebruikers van cannabis gevraagd of zij cannabis voor (uitsluitend of ook voor) medicinale doeleinden, bijvoorbeeld als pijnstillend middel, gebruiken. Ook is gevraagd of zij hun cannabis op doktersrecept hebben verkregen. Vier van de vijf cannabisgebruikers van 18 jaar of ouder (82,4%) neemt cannabis niet als medicijn. Van de laatste-jaar-gebruikers zegt slechts 0,8% cannabis alléén als medicijn op doktersrecept te gebruiken. Daarnaast gebruikt 6,4% cannabis enkel als medicijn, maar zonder doktersrecept en 10,4% gebruikt cannabis als medicijn en als recreatief middel. Omgerekend naar de volwassen bevolking gebruikt 1% cannabis (ook) medicinaal.